Foto's bewerken

In een zee van fotobewerkingssoftware en diepgaande handleidingen is er geen afgebakende weg om te leren hoe u foto's bewerkt. We raden u aan om bij de basis te beginnen, zoals bijsnijden, filters toepassen en eenvoudige effecten, voordat u begint aan geavanceerde programma's als Photoshop. Hieronder hebben we een aantal essentiële functies uitgelicht waarmee u uw bewerkingsvaardigheden kunt ontwikkelen.


Hebt u afbeeldingen nodig voor uw project? Maak gebruik van de indrukwekkende collectie van Shutterstock, met meer dan 70 miljoen afbeeldingen! Bekijk het aanbod in onze bibliotheek.


Shutterstock Editor
Met de nieuwe Editor-tool van Shutterstock is snelle fotobewerking makkelijker dan ooit. Voordat u een stockfoto downloadt, kunt u nu Openen in Editor selecteren. Daarmee kunt u de foto aanpassen in Editor voordat u de foto downloadt. In Editor hebt u de optie om aangepaste afmetingen in te stellen, kunt u vooraf ingestelde formaten kiezen die zijn gemaakt voor populaire sociale netwerken en u kunt speciale filters toepassen. 

Afbeeldingen bijsnijden

  1. Klik eerst op het pictogram Vooraf ingestelde formaten. Er wordt een zijbalk geopend met verschillende afbeeldingsafmetingen. Deze zijn bijvoorbeeld geschikt voor berichten en koppen op Facebook, Instagram, Twitter en nog veel meer. 

  2. Nadat u een formaat hebt ingesteld, ziet u de nieuwe stockfoto in zijn nieuwe formaat, waarbij de weggesneden stukken van de afbeelding ook zichtbaar zijn. 

  3. Als u niet tevreden bent met de selectie, kunt u de afbeelding verslepen, zodat een ander deel van de afbeelding wordt geselecteerd. Wanneer u klaar bent, klikt u op Downloaden om uw versie van de afbeelding op te slaan.

Een stijlvol filter toevoegen

  1. Klik op het pictogram Filters om een andere zijbalk, met tien filters waaruit u kunt kiezen, te openen. Een aantal van deze filters zijn bijvoorbeeld het geelkoperen en kleurrijke Nikkel, het zwarte-witte Carbon en het gedempte Titanium. 

  2. Als u tevreden bent met de grootte en kleur van uw foto, klikt u op de knop Downloaden om toegang te krijgen tot uw aangepaste afbeelding. U hebt ook de mogelijkheid om de originele afbeelding te downloaden voor later gebruik. 


Adobe Photoshop
Wat geavanceerde bewerkingssoftware betreft, is Photoshop een van de beste programma's. Door gebruik te maken van de uitgebreide werkbalk, lagenfuncties, effecten en integratie met andere Adobe-programma's, beschikt u over eindeloze creatieve mogelijkheden. Het programma kent echter wel een behoorlijk steile leercurve, dus het is het beste om bij de basis te beginnen. U leert niet van de ene op de andere dag hoe u foto's bewerkt, maar u kunt uw repertoire snel uitbouwen door één vaardigheid per keer onder de knie te krijgen.

Bijsnijden, draaien en de grootte aanpassen

  1. Wanneer u een afbeelding hebt geopend, kunt u de afbeelding bijsnijden door te klikken op het pictogram Crop in de werkbalk (het pictogram met twee overlappende hoeken). Houd vervolgens de linkermuisknop ingedrukt en sleep de gestippelde lijn rond het gebied van de foto dat u wilt behouden. Laat de muisknop los en druk op Enter om de afbeelding bij te snijden.  

  2. U kunt de afbeelding binnen enkele seconden draaien. Open het menu Image, ga naar Image Rotation en selecteer vervolgens in welke richting u de afbeelding wilt draaien. De hoofdopties zijn 180º, 90º CW (met de klok mee), 90º CCW (tegen de klok in) en Arbitrary. 

  3. Om de afmetingen van een foto aan te passen, opent u het menu Image en selecteert u Image Size... Er wordt een kleiner venster geopend waarin u de breedte, hoogte, resolutie en meer kunt instellen. Zorg ervoor dat Resample en Lock zijn ingeschakeld, zodat de verhoudingen van de afbeelding behouden blijven. Klik vervolgens op OK om de aanpassing af te ronden. 

Lagen gebruiken

  1. Lagen zijn waarschijnlijk het belangrijkste concept van Photoshop. U kunt ze zien als verschillende afbeeldingen die op elkaar worden gestapeld, waardoor er uiteindelijk één afbeelding overblijft. Er zijn twee belangrijke soorten lagen: inhoudslagen (bijvoorbeeld foto's en tekst) en aanpassingslagen (aanpassingen in kleur/textuur van de onderliggende lagen). Door lagen optimaal te benutten, kunnen deze veel invloed hebben op hoe de afbeelding er uiteindelijk uitziet. 

  2. Het grootste gedeelte van werken met lagen gebeurt via het deelvenster Layers. Om een blanco laag te maken, klikt u op de knop New Layer rechtsonder in het deelvenster. Om een laag te kopiëren en er kleine veranderen op toe te passen (zonder het origineel te beïnvloeden), klikt u met de rechtermuisknop op de laag in de lijst in het deelvenster en klikt u op Duplicate Layer... Vervolgens klikt u op OK. Als u een bepaalde laag niet meer nodig hebt, kunt u de laag verwijderen door op het pictogram van de prullenbak te klikken, rechtsonder in het deelvenster. 

  3. Wanneer u klaar bent met het uitproberen van de lagen, wilt u misschien bepaalde elementen laten zien of juist verbergen tot u een aantrekkelijke compositie hebt. Klik op het pictogram Eye naast de laag die u wilt verbergen en de laag verdwijnt. Door lagen te herschikken, verandert de uiteindelijke afbeelding ook. Lagen liggen letterlijk in een stapelvolgorde, wat betekent dat de bovenste laag in de lijst boven op alle andere lagen ligt. Om de volgorde te herschikken, klikt u op een laag en sleept u de laag naar een nieuwe plek in de lijst. 

  • Was dit artikel nuttig?

Vindt u niet wat u zoekt?