Hoe 'vectoriseer' ik een afbeelding?

Bitmap- vs. vectorafbeeldingen 
De meeste afbeeldingen zijn in hun oorspronkelijke staat rasterafbeeldingen of bitmapafbeeldingen. Deze afbeeldingen gebruiken rijen en kolommen van pixels in verschillende kleuren om de afbeelding weer te geven. Bitmapafbeeldingen komen veel voor (.JPEG, .PNG, enz.) en zijn redelijk eenvoudig te begrijpen.
 
Bitmapafbeeldingen zijn door hun weergave via bitmap resolutie-afhankelijk. Als u de grootte van een bitmapafbeelding aanpast, vermindert u de kwaliteit van de afbeelding. Door de afbeelding kleiner te maken, moet u pixels kwijtraken en als u de afbeelding wilt vergroten, worden de lijnen en bogen puntig en duidelijk zichtbaar door grote pixels.


Hebt u bewerkbare vectorafbeeldingen nodig? Shutterstock heeft er miljoenen!
Onze collectie wacht op u. Begin nu met zoeken.

Met vectorafbeeldingen is de grootte van afbeeldingen aanpassen geen probleem meer. Vectorafbeeldingen zijn opgebouwd uit wiskundige vergelijkingen, zodat de afbeelding eenvoudig in grootte te veranderen is. Hierdoor zijn vectorafbeeldingen resolutie-onafhankelijk. Vectorafbeeldingen hebben een kunstmatige uitstraling, omdat ze volledig door een computer zijn gegenereerd. Ze zullen nooit fotorealistisch lijken. Specifieke vormen en componenten van vectorafbeeldingen kunnen echter afzonderlijk in grootte worden aangepast en worden bewerkt, zonder dat de afbeelding wordt aangetast. Hierdoor zijn vectorafbeeldingen erg handig voor grafisch ontwerpers.
 
Vectoriseren 
Door deze factoren kiezen ontwerpers er vaak voor om een afbeelding te vectoriseren of om een bitmapafbeelding naar een vectorafbeelding te converteren. Het omgekeerde proces, een afbeelding converteren naar bitmap, heet rasteren. De twee meestgebruikte programma's om bitmapafbeeldingen te converteren naar vectorafbeeldingen zijn Photoshop en Illustrator.
 
Een afbeelding in Photoshop vectoriseren
Wanneer u Adobe Photoshop gebruikt, zijn de afbeeldingen die u aanpast standaard bitmapafbeeldingen. Volg deze stappen om in Photoshop bitmapafbeeldingen te converteren naar vectorafbeeldingen. 

  1. Open het menu Window en selecteer Paths om bij het bijbehorende deelvenster uit te komen. U hebt drie keuzes in de optiebalk: selecteer de tool Pen om rechte lijnen en Bézier-curven te trekken over de afbeelding. Selecteer de optie Freeform om natuurlijkere en lossere lijnen te trekken over de afbeelding. Selecteer Magnetic Pen om kleurovergangen en helderheid binnen de afbeelding te volgen.

  2. Teken uw vectorpaden over de afbeelding totdat u een getraceerde conversie hebt van de paden en vormen in uw afbeelding. Wanneer u klaar bent met het trekken van de lijnen, drukt u op Enter om het einde van het getrokken pad aan te geven.

  3. Selecteer andere soorten paden door de selectietools Lasso, Marquee en Magic Wand te gebruiken. Klik op de menuknop rechtsboven in het deelvenster Paths en kies Make Work Path om van elke selectie een vectorpad te maken.

  4. Stel het tolerantieniveau in voor de paden. Met lagere niveaus volgen de paden strak wat u hebt getekend. Hogere niveaus vertonen soepele overgangen tussen de verschillende fixeerpunten in uw pad.

  5. Wanneer u een nieuw werkpad maakt, dubbelklikt u op de padnaam die in het deelvenster Paths verschijnt. Accepteer de standaardnaam of geef een naam aan elk pad. Als u dit niet doet, vervangen nieuwe acties de vectortekeningen op het werkpad met nieuwe output.

  6. Exporteer vectorpaden uit Photoshop naar Illustrator, zodat u de paden ook in andere programma's kunt gebruiken. Klik op File à Export à Paths to Illustrator.

Een afbeelding in Illustrator vectoriseren 
Illustrator is een toepassing van Adobe die is ontwikkeld om vectorafbeeldingen te maken. Omdat vectorafbeeldingen het standaardformaat zijn, is het vectoriseren van afbeeldingen in Illustrator niet al te ingewikkeld. U gebruikt de Live Trace-functies om paden te maken.

  1. Open de afbeelding in Illustrator en zorg ervoor dat de afbeelding is geselecteerd.

  2. Navigeer naar de optie Live Trace in het bedieningsvenster. Klik naast deze optie op het menupictogram Tracing Presets and Options.

  3. Blader door de bestaande, vooraf ingestelde opties en selecteer er een om de afbeelding te vectoriseren. Als u bijvoorbeeld 16 Colors selecteert, wordt de afbeelding in 16 afzonderlijke kleuren gevectoriseerd.

  4. Om een afzonderlijk pad voor elke kleur te maken, klikt u op Expand in het menu Options.

  5. Om de instellingen voor elk pad aan te passen, navigeert u naar het menu Tracing Presets and Options en klikt u op Tracing Options. Vanaf hier kunt u instellingen aanpassen als Mode, Blur en Threshold.

  6. Klik op Preview om de vectorafbeeldingen te bekijken. Als u deze tool gebruikt, kunt u de paden naar wens aanpassen en experimenteren met de instellingen voordat u de afbeelding opslaat.

  • Was dit artikel nuttig?

Vindt u niet wat u zoekt?